Boek Oscar Niemeyer | Schunck* | 2009

Boek
Oscar Niemeyer
Schunck*
Heerlen, 2009
18 x 21 cm
312 p

Dat de tentoonstelling van Oscar Niemeyer zijn Europese première beleeft in Schunck-Glaspaleis van Frits Peutz is symbolisch te noemen. De loopbaan van de Braziliaanse architect begint in 1936, als hij samenwerkt met Le Corbusier aan de bouw van het eerste grootschalige moderne gebouw in Rio de Janeiro: het hoofd­gebouw van het Ministerie van Onderwijs en Gezondheid, van gewapend beton en met een curtain-wall. Dit was slechts een jaar na de ingebruikname van het ge­­­bouw in Heerlen, het eerste gebouw van glas en staal. Niemeyer is een zeldzaam en uitzonderlijk voorbeeld van een groot kunstenaar met op hoge leeftijd nog steeds een productie die in kwaliteit en vernieuwing niet onderdoet voor zijn vroegere werk. De carrière van Niemeyer loopt door tot op de dag van vandaag met een niet aflatende creativiteit en hij speelt nog steeds een fundamentele rol in de moderne internationale architectuur. De tentoonstelling wordt echter niet gehouden als eerbetoon aan zijn hoge leeftijd, maar vooral om de actualiteit te benadrukken van zijn talrijke, belangrijke projecten van de laatste jaren. In de jaren ’40 was Oscar Niemeyer de eerste die inzag dat het overdreven rationa­lisme in de architectuur zou leiden tot saaie en vervelende bouwwerken. Hij komt met vrije en golvende vormen en gaat tot het uiterste bij het exploiteren van de mogelijkheden van gewapend beton. Zo creëert hij binnen het modernisme een alternatieve vormentaal met als uitgangspunt dat in de ruimte de kortste afstand tussen twee punten de curve is en niet de rechte lijn. Toentertijd haalden veel men­sen hun neus op voor wat ze beschouwden als excessen van een individualistische kunstenaar. Maar de tijd gaf hem gelijk: het rationalisme bereikte het voorspelde einde, de korte reactie van het postmodernisme was oppervlakkig en alleen maar decoratief en een van de weinige referenties die wel overleefden was die van de vrije structuren van onafhankelijke architecten als Niemeyer en Alvar Aalto. Er ligt een periode van twee jaar tussen de tentoonstelling in het Paço Imperial in Rio de Janeiro, waarmee de viering van de honderdste verjaardag van de moderne meester begon en de tentoonstelling in Schunck-Glaspaleis in Heerlen. Aan de tentoonstelling in Heerlen zijn drie volkomen nieuwe projecten toegevoegd uit de jaren 2007 en 2008: het bewijs van de kracht van het coherente, creatieve en liber­taire œuvre van de Braziliaanse architect. De tentoonstelling wil een beeld geven van de wijze waarop de architect zijn bouw­werken bedenkt, ontwerpt en omschrijft, door middel van originele schetsen en tekeningen, technische tekeningen en talrijke maquettes die deel uitmaken van de architectonische uitwerking van zijn plan. De originele tekeningen, een integraal onderdeel van zijn ontwerp, illustreren de fases in het ontstaan van re­­cente projecten – het Museum van Brasília, het Auditórium van Ibarapuera, het Paviljoen van de Serpentine Gallery (Londen) en het Museum voor Hedendaagse Kunst in Niterói. Iedere dag werkt Oscar Niemeyer in zijn kantoor in Rio de Janeiro. Als iemand die geen tijd te verliezen heeft… Tijd die steeds zijn bondgenoot is geweest en heeft bewezen dat hij gelijk had, toen hij al in de jaren ’40 formele alternatieven aandroeg voor de beperkingen opgelegd door het excessieve rationalisme. In zijn architectuur gaan vorm en structuur altijd samen, ten gunste van de onontbeerlijke functie: de schoonheid. Tegenwoordig is Niemeyer een van de belangrijkste referenties op het gebied van de architectuur. En de tijd werkt nog steeds in zijn voordeel: als we de vitaliteit en de joviale humor van zijn meest recente producties zien, zouden we bijna vergeten dat het hier gaat om architectuur van een jongen van 101 jaar.